
Trauma en hechting
Column Gijs van der ZalmHopelijk is in de loop van de vorige columns duidelijk geworden hoe belangrijk vroege hechting is in onze levens en hoezeer de daarvoor noodzakelijke veiligheid een belangrijke voorwaarde is. Zonder veiligheid een minder goede hechting, ook later in ons leven, en bij grote onveiligheid in de vroege kinderjaren bijna zeker problemen op latere leeftijd. Nu bestaat er in het menselijk bedrijf en dus ook m.b.t. de vroege kindertijd niet zoiets als absolute veiligheid. Immers, de paden waarlangs onze levens lopen, blijven altijd een vorm van mensenwerk, met hobbels en gaten, en allerlei bedreigende zaken onderweg (stel u voor wat er bij kinderen in oorlogsgebieden momenteel aan schade wordt berokkend!).
Deze laatste toevoeging brengt tevens het begrip ‘trauma’ onder de aandacht. Het woord ‘trauma’ wordt tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt. Als mensen iets ongemakkelijks of pijnlijks is overkomen, hoor je ze daaropvolgend al gauw zeggen dat het ‘traumatiserend’ was. Dit valt meestal erg mee, want frustraties, pijnlijke ervaringen, en ander ongemak zijn een belangrijke ingrediënt bij de vorming in ons leven en geven ons juist de mogelijkheid om onze veerkracht te vergroten (frustratietolerantie). Het is dus belangrijk om bij een pijnlijke gebeurtenis ook de juiste woorden te gebruiken. Als je fiets wordt gestolen, is dat heel vervelend en kwaad makend, maar niet traumatisch. Wie Googelt bij ‘trauma’ ziet als definitie staan: een psychische of emotionele wond die ontstaat na een schokkende gebeurtenis of langdurige stressvolle situatie, die je hersenen niet goed kunnen verwerken. Niet elke gebeurtenis (ook niet de diefstal van je fiets) slaat een wond, en heeft invloed op de programmering van onze hersenen. Zo’n diefstal is weer wel een pijnlijke ervaring, die bepaalde consequenties kan hebben (een slot kopen, geen nieuwe fiets aanschaffen, etc.). Bij een trauma komt er meer kijken: het is bijvoorbeeld van belang wanneer (op welke leeftijd) dit in ons leven plaatsvindt, hoe onze veerkracht op dat moment is, hoe onze omgeving daarop reageert, enz.. In zijn kraakheldere boek “Littekens uit je jeugd” komt de psychiater Vinkers tot een mooie samenvatting van wat er bij een (jeugd)trauma speelt: ‘een overschot van het verkeerde en/of (vdZ) een tekort van het goede’. ‘Het verkeerde’ slaat op beschadigende effecten van gebeurtenissen, waarbij de schade zich zowel lichamelijk als psychisch kan aftekenen, en ‘het goede’ houdt verband met de eigen veerkracht en de houding en inspanning van de directe omgeving van de betrokkene: begrip, veiligheid, onderkenning (i.p.v. ontkenning), etc. Zo wijst hij ook op het traumatiserend effect van langdurig beschadigende factoren, zoals dat bij pesten het geval kan zijn. Ook als we al volwassen zijn!
Wie oprecht meer zicht wil krijgen op zijn of haar eigen bagage voor wat betreft de beschadigende effecten, die ooit werden opgelopen, vindt in dit boek geen pasklare antwoorden, maar wel een breed kader dat kan helpen om juist genuanceerder naar iets als een ’(psycho)trauma’ te kijken.
Gijs van der Zalm ©