Afbeelding

Hoe ziek zijn onze verdienmodellen (vervolg)

Column Gijs van der Zalm

In de vorige column werd ons overgewicht en de twijfelachtigheid van een middel daartegen (Ozempic) belicht. Aan het eind werd een factor genoemd die op ons gewicht doorgaans heel veel invloed heeft: onze emoties. Ons overgewicht (zeg een BMI van tussen de 25 en 30) komt veelal tot stand door de manier waarop wij onze ‘zuchtigheden’ hanteren: eetzucht, drankzucht en rookzucht. ‘Zucht’ is een ouderwets woord, hier in de betekenis van ‘een sterke hang naar’ en niet van adem, en nog altijd heel treffend. Die ‘sterke hang naar’ eten, drank en/of rookgerei wordt in hoge mate uitgelokt door zaken in het dagelijks leven die ons beroeren, angstig maken, of juist boos of geïrriteerd, na frustraties of teleurstellingen. Kortom, als reactie op onze gevoelens. De lastigste van deze drie is natuurlijk eetzucht, omdat we nu eenmaal zonder eten niet overleven (zonder alcohol of rookgerei ligt dat anders).

Het feit dat we met eten, lees hier: ‘iets in onze mond stoppen’, reageren op lastige gevoelens wordt vaak verklaard als gevolg van een leerproces dat al heel vroeg in ons leven, in onze kindertijd, is aangeleerd. Een belangrijke en steekhoudende verklaring, waarvoor je niet ver om je heen hoeft te kijken. De obesitas bij kinderen neemt hand over hand en zorgelijk toe. En daarbij is de voedingsindustrie ook heel geraffineerd in het afstemmen van de ontwikkeling van haar producten op de smaakbehoeften van kinderen. Dit is een en al heel lang wetenschappelijk vaststaand feit. En misschien is het daarnaast ook wel zo dat onze lijfjes (in die ontwikkelingsfase) door dat minder gewenste snoep en eetgedrag een beetje worden geprogrammeerd, zodat bepaalde stofjes en smaken hun eigen werk kunnen doen. Ons lijf zit zo gecompliceerd in elkaar dat dit soort ontwikkelingen niet kunnen worden uitgesloten. En als bepaalde patronen van eten en/of drinken, vaak als beloning of troost ingezet, zich eenmaal hebben genesteld, geeft ons lijf deze niet zomaar weer op. Sterker nog: ons lijf wordt van deze zaken afhankelijk, wat een milder woord is dan ‘verslaafd’, maar dit komt op hetzelfde neer. Bepaalde stofjes in onze hersenen spelen hierbij ook een belangrijke rol, en die kunnen we helemaal niet uitschakelen. Het zou dus beter zijn om ervoor te zorgen dat de lijfjes van onze kinderen juist niet in die mate gewend raken (‘geprogrammeerd’) aan eet en drinkpatronen, dus ook smaken en stofjes, waarvan te voorspellen is dat zij daar vroeger of later ernstige problemen mee kunnen krijgen.

Het ‘zieke’ van dit verdienmodel zit hem dus in het feit dat fabrikanten vrijuit kunnen gaan in het ontwikkelen van producten, waarvan we weten dat deze op kinderlijven een funeste uitwerking kunnen hebben. De gevolgen van kinderobesitas zijn ernstig, tot een kortere levensverwachting aan toe. Een heel kwalijke ontwikkeling in dit verband betreft ook het ‘vapen’, waarover de volgende keer meer.

Gijs van der Zalm ©

Uit de krant