Afbeelding

De taal en onze gezondheid (vervolg)

Column Gijs van der Zalm

Nu hopelijk voldoende duidelijk is hoezeer de taal van invloed kan zijn op onze gezondheid en op de kwaliteit van onze verhoudingen, en hoe die taal, bij goed gebruik, ons ook kan helpen bij het in balans brengen of in balans houden hiervan, volgt hier een praktisch stapje verder. Hoe pas je dat dan toe?

Ons gedrag kan zich langs meerdere wegen laten beïnvloeden: een belangrijke en invloedrijke factor bij ons gedrag is onze manier van denken (zie de vorige columns). Dit wordt aangeduid met het woord ‘cognitie’ en ‘cognitief’, alles wat ons verstand en ons denken betreft. Vanuit deze invalshoek zijn er in de loop van de tijd ook manieren (therapieën) ontwikkeld om langs deze weg een betere balans tot stand te brengen in onze levens, zeker als er daarbinnen sprake is van problemen of lastige klachten, en vooral ook als het onze stemming betreft. Al die manieren van beïnvloeding kregen een paraplu, en die heet ‘cognitieve gedragstherapie’ (CGT). Deze ontwikkeling werd zo populair dat de meeste mensen, vooral als zij stemmingsklachten hebben, dit kregen en krijgen voorgesteld of aangeboden. Bijna zó vanzelfsprekend dat het lijkt alsof er niet ook andere effectieve manieren zijn om in iemands leven een betere balans tot stand te brengen. Die zijn er zeker, maar dit terzijde.

De Amerikaanse psychotherapeut Albert Ellis komt de eer toe de grondlegger te zijn van wat heet de RET (Rationeel Emotieve Therapie), een serieuze toepassing van cognitieve gedragstherapie (CGT). In Nederland werd deze verder ontwikkeld door de psycholoog René Diekstra. Hij kwam met een 4-stappenmodel voor de toepassing ervan. Een voorbeeld: 1. (een gebeurtenis of situatie) mijn auto staat bij mijn buurman voor de deur en ik zie dat deze tegen het voorwiel aanschopt. 2. (mijn gedachte over wat ik zie of meemaak) ik denk: ’wat een zombie, ik zal hem betaald zetten’. 3. Het gevoel daarbij is boosheid, woede, ergernis, wraak of iets anders. En 4. mijn gedrag (dus wat ik ga doen) zal door dat gevoel, wat ontstond op basis van mijn gedachte, vorm krijgen: vloeken, terugschoppen tegen zijn auto, ‘ik wil die druiloor nooit meer zien’, etc. Het model is makkelijk te onthouden, zeg maar de 4 G’s, en goed toe te passen.

Want als ik bij 2 (mijn gedachte) had gedacht: ‘hij is net gezakt voor zijn tuiniersdiploma, sneu voor hem en ik begrijp die schop wel’, dan zou ik een heel ander (3) gevoel hierbij hebben (meelevend, ‘wat sneu’, etc.), en zou ik mij ook anders gaan (4) gedragen (naar hem toelopen, een vraag stellen, zeggen dat hij niet tegen mijn auto moet schoppen, kortom, goeie buren blijven).

In onze taal kennen we het gezegde: “jezelf de put in praten”. Hierbij gaat het over het effect van negatief denken of piekeren over onszelf, en dan zo vaak en veel dat we er een beetje of zelfs erg somber van worden. Het is dus een spreekwoordelijk voorbeeld van wat een verkeerde gedachte (taal) met ons kan doen (wordt vervolgd).

Uit de krant