
Onze gezondheid en taalgebruik
Column Gijs van der ZalmWie er de moeite voor wil doen om ernaar te kijken, zal schrikken van het verband tussen deze twee begrippen. ‘Wat hebben die nou met elkaar te maken’, zou de geïnteresseerde lezer kunnen denken. Veel. Want in ons dagelijks taalgebruik komen veel woorden en termen en zelfs spreekwoorden langs die regelrecht betrekking hebben op onze gezondheid. Wat dacht u van ‘het ligt me zwaar op de maag’, ‘ik krijg hier een punthoofd van’, ‘ik heb er mijn buik van vol’, of, verwijtend, ‘krijg de klere (colère)’. Dit zijn uitdrukkingen die in de loop van vele jaren, soms zelfs eeuwen, als volkswijsheid m.b.t. lichamelijke sensaties of waarnemingen ook het woordenboek definitief hebben gevonden. De ‘dikke van Dale’ staat er vol mee.
Maar zoals de tijd beweegt, beweegt ook onze taal. En dit betekent dat in deze moderne tijd ook andere, nieuwe uitdrukkingen en termen voor mensen ‘gewoon goed’ zijn geworden om zich uit te drukken. ‘Ik hou het voor gezien’, ‘ik trek het niet meer’, ‘ik heb een midlifecrisis’ of ‘ik heb er een trauma bij’ zijn enkele voorbeelden. Deze uitdrukkingen lijken onschuldig, maar zijn dat allerminst. En dit heeft te maken met het feit dat de taal, zeg maar de woorden die wij gebruiken, voortkomend uit ons hoofd (hoe we al denkend onze spreektaal vormen), grote invloed kunnen hebben op ons gemoed en dus ook op ons gevoel. Een voorbeeld: als ik als secretaresse op maandagochtend om half tien denk en ook nog zeg ‘ik trek het niet meer’, dan gaat ook mijn gemoed negatiever worden. ‘Wat een hoop werk’ maakt het al minder zwaar, en ‘ik ga gewoon aan de slag en zie wel hoever ik kom’, maakt het nog lichter en brengt ook een meer normaal eind van de dag in zicht. En het is ook realistischer. Want de uitdrukking ‘ik trek het niet meer’ motiveert niet echt om er de schouders onder te zetten. Wat hier dus feitelijk gebeurt is dat we onszelf door dit taalgebruik de-moraliseren (en daarmee niet zelden ook anderen in onze werkomgeving).
Een ander voorbeeld: het woord ‘trauma’ wordt tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt. En dat is niet wenselijk. Een trauma (een begrip uit de psychiatrie) is het vaak langdurig effect van een zeer traumatiserende (zeg maar ernstige, psychisch beschadigende) gebeurtenis in iemands leven, met allerlei gevolgen voor de gezondheid van dien. Vervelende gebeurtenissen, tegenvallers, of andere ongemakken, die bij het leven horen, zijn niet zomaar een trauma. Maar als iemand een vervelende gebeurtenis meemaakt en dat vervolgens een trauma gaat noemen, ook naar zijn of haar omgeving, dan is de kans groot dat de persoon in kwestie en de omgeving zich ook daarnaar gaat gedragen. En dat kan zomaar ongewenste gevolgen hebben: het leven wordt zwaarder, raakt meer uit balans, de persoon wordt eerder gedeprimeerd, enz.
Onze lijven en onze psyche zijn goed uitgerust om vervelende gebeurtenissen in onze levens het hoofd te bieden. Het zou beter zijn om die mogelijkheden goed te benutten. Over die mogelijkheden een volgende keer meer.