
Mannen en meer
Column Gijs van der ZalmGodfried Bomans zei ooit bij de geboorte van een baby: ‘we weten nog niet of het een jongetje of een meisje is, want het heeft nog geen kleertjes aan’. Heel subtiel gezegd. Maar achter deze humor weten we dat wel, omdat jongetjes en meisjes vanaf hun geboorte duidelijke verschillen hebben, zeg maar hun ‘opmaak’ en deze is goeddeels genetisch bepaald. Is daarmee dan ook bepaald dat meisjes zich later meer op poppen en jongens zich meer op auto’s gaan richten? Dat staat niet vast, want veel van wat ons later een jongen/man of meisje/vrouw maakt zit niet in onze genen, maar komt tot stand door allerlei invloeden in onze ontwikkeling vanaf de wieg. Te veel om hier op te noemen en dus voor wie wil een goede reden om eens te Googelen op ‘verschillen tussen man en vrouw’.
Die ontwikkelingen werken wel in de hand dat mannen de neiging krijgen om zich ‘meerder-waardig’ of ‘superieur’ te voelen ten opzichte van vrouwen. Als dit alleen maar een idee is en niet gebaseerd op een meetbaar verschil, dan heeft dat bij een man meestal te maken met de angst om door de mand te vallen, de angst om ‘overheerst’ te worden, of nog iets anders, dus zeg maar in algemene termen een gevoel van onzekerheid. En zo’n gevoel zet dan bij een man juist weer aan tot het maken van een tegenwicht, een compensatie, dat dan vaak de vorm van (over)macht krijgt. Wie overheerst, kan niet zo gauw overheerst worden, wie de baas speelt kan niet tegelijkertijd de ondergeschikte zijn. Dit soort gedrag wordt door omstanders vaak ervaren als arrogantie, omdat het langskomt als desinteresse, geen inleving in een ander, niet luisteren, dus een dominante gespreksstijl, en meer. In de gewone omgang heel vervelend en vermoeiend, en zakelijk niet echt effectief (omdat het krenkend is en aanzet tot wraak – ‘ik zal je hebben…’). En als je deze eigenschappen bij elkaar optelt, kom je sterk in de buurt van wat in de volksmond ‘een groot ego’ wordt genoemd. En omdat grote ego’s, juist om dat ego groot te houden, streven naar macht en invloed, komen zij niet zelden juist ook in de politiek, een veld waar macht aan de orde van de dag is, boven drijven. En wie dan na verloop van tijd afhankelijk is geworden van dat krachtenspel, kan niet goed meer zonder, zet door, en wordt ‘de baas’, althans zo oogt het.
Dit is een heel eenvoudige doch steekhoudende schets van de psychologie van mannen die macht willen, deze hebben en deze ook uitoefenen. Bij vrouwen verloopt dit proces anders. Wordt vervolgd.