Afbeelding

De steeds weer opgaande ‘jij-bak’

Column Gijs van der Zalm

In de vorige column kwam het begrip ‘jij-bak’ langs, een verschijnsel dat veel van het ontstaan van menselijk ‘gedoe’ zou kunnen verklaren. Het komt er hierbij op neer dat iemand met zijn of haar vinger of met woorden gaat wijzen naar een ander als de oorzaak of het begin van een cyclus van gebeurtenissen, waarmee ook meteen een ‘schuldige’ wordt aangewezen. ‘Jij bent begonnen om ongevraagd mijn heg kort te knippen, en daarom heb ik… (bijvoorbeeld ‘je auto beklad’)’.

Wat hierbij altijd speelt is wat met een vakterm ‘interpunctie’ wordt genoemd, wat zoveel wil zeggen als dat er bij de loop van bepaalde gebeurtennissen door verschillende mensen ook verschillende punten en komma’s worden gezet. In een stuk tekst kan dat betekenen dat hoofdzinnen bijzinnen worden en dat een onderwerp het lijdend voorwerp wordt. In allerlei acties tussen mensen leidt deze ‘interpunctie’ er soms toe dat een dader bijvoorbeeld het ‘slachtoffer’ wordt. Zo kan iemand, die voor een moord voor de rechtbank staat, zeggen: “edelachtbare, hij liep in mijn mes”. In deze formulering wordt het slachtoffer meteen de dader die zichzelf geweld aandeed: ‘eigen schuld, niet de mijne’. Niet zelden wordt hier de werkelijkheid op zijn kop gezet. Een ander ‘heftig’ voorbeeld van zo’n gang van zaken zien we tegenwoordig met de jaarwisseling. En dan blijkt er niet zomaar een antwoord te zijn op de vraag ‘wie begon er nou’? ‘Ik mag toch wel gewoon een rotje afsteken’, kan de brave burger zeggen. ‘Stond daar ineens een hele politiemacht!’ Is iets ‘uitlokken’ nou het onvermoede begin van zo’n cyclus? Moeilijk te zeggen. In het groot gebeuren dit soort zaken ook: je zou de periode van de ‘Koude Oorlog’ deels kunnen verklaren in termen van ‘interpunctie’ en dat geldt heden ten dage ook voor de oorlog in de Oekraïne (of elders). Immers, Poetin kan simpelweg zeggen ‘ik voel me bedreigd door het Westen, want ze staan aan mijn grens, en daarom val ik aan (‘aanval is de beste verdediging’) en het Westen kan simpelweg zeggen: ‘Poetin is een bedreiging voor onze democratieën en daarom moeten we ons verdedigen’. Er bestaat bij dit soort situaties, met veel historische feiten en grote geopolitieke belangen, eigenlijk nooit een ‘gelijk’, of het is het ‘gelijk (en het recht) van de sterkste’, Maar dat is geen ‘gelijk’, dat is vooral ‘macho-taal’, wat gaat over ‘armpje drukken’, winnen of verliezen. Maar weet: waar er één wint, verliezen er twee.

Een mogelijke weg uit zo’n wurggreep zou kunnen zijn om meer naar gemeenschappelijke dan naar individuele (en vaak landelijke) belangen te kijken: over de eigen heg heen meekijken naar wat er op ons afkomt, zou de kijk op de wijk kunnen verbreden. Zo heeft het klimaat geen grenzen, heeft de watervoorziening nu eenmaal overal een laagste punt, kent de moderne tijd waar dan ook haar schadelijke kanten, en liggen er meer brede en algemene bedreigingen op de loer. De handen ineen tegen wat ons breed bedreigt lijkt effectiever dan met elkaar ‘op de vuist’. Illusies? Of zijn we een domme soort die van het verleden niet wil leren? De tijd zal het ons wel laten weten. Wordt vervolgd.

Uit de krant