Afbeelding

Het ‘gelijk bij het vijandbeeld’

Column Gijs van der Zalm

Wie door de geschiedenis heen wandelt zou verrast kunnen zijn over het feit dat wij mensen niet veel leren van eerdere meer of minder ernstige situaties, zoals bijvoorbeeld ook oorlogen. We denken vaak dat we wel ‘vooruit’ gaan, dat we ons ontwikkelen in een meer beschaafde richting, en dat we niet meer in bepaalde valkuilen terecht zullen gaan komen, maar de praktijk laat ons anders zien. Inderdaad leven we niet meer in de middeleeuwen, waarin we als het zo uitkwam letterlijk te vuur en te zwaard op onze (vaak religieuze) vijanden inhakten. We ondernamen zelfs moordend en plunderend diverse kruistochten. Maar nu gaan we niet meer met paard en wagen achter Duitsland of Frankrijk of elders andere volkeren met katapult of hakbijl te lijf. Maar is het dan zo dat de technieken, die we intussen ontwikkelden, ons helpen om minder primitief te werk te gaan? Het lijkt er niet op. 

Een manier om de hardnekkigheid van deze, eventueel door technieken wat veredeld ogende primitiviteiten te verklaren, is tenminste jezelf de vraag te stellen: waarom komen we met elkaar telkens in die valkuilen terecht? Zit daar een patroon in? En dan blijken veel van de conflicten in de wereld, en ja, ook dichter bij huis, zowel vroeger als nu, een hoog ‘jij-bak’-gehalte te hebben. De ‘jij-bak’ verraadt een manier van kijken naar de werkelijkheid waarin de ander steeds weer als de aanstichter van wat er misgaat wordt aangemerkt. In relaties, in gezinnen, in organisaties, en ook in de grote buitenwereld. ‘Ja, maar jíj, ja, maar door jóu, ja, maar… enzovoort’ is de formule, zou je kunnen zeggen, waarmee dit patroon wordt doorgebakken en diep raakt ingeslepen. En als ik eenmaal ga kijken naar de ander als de dader (bijvoorbeeld met de woorden ‘ja, maar jij... hebt mijn heg beschadigd’) en die dader is dus ook begonnen, lees: is de oorzaak van al het gedoe, dan groeit er langzaam maar zeker een ‘vijandbeeld’. Daarbij hebben we als mensen de neiging om, als er eenmaal één (vermeende) fout zit aan de buurman, de hele buurman fout te verklaren. Dit verschijnsel treedt op als we positief zijn over een bepaald aspect van iemand (het halo-effect: één ding goed, de hele persoon goed), maar net zo goed ook als we aan iemand een negatief aspect hebben opgemerkt (vooroordeel, één ding fout, de hele persoon fout fout). Keek u wel eens naar het programma ‘De Rijdende Rechter’? Dat bedoel ik.

Het vervelende van vooroordelen is dat ze als een soort bril gaan werken en zodoende allerlei zaken, die op zich aan iets of iemand deugen, in een negatief daglicht stellen. En dat gaat dan van kwaad tot erger, vaak zonder enige correctie. ‘Het is gewoon zo, punt uit’ zeggen we dan. Dan is er vervolgens niet zo heel veel voor nodig om zo’n opvatting of manier van kijken uit te laten groeien tot een ‘heilig geloof’, een vaste overtuiging. Deze processen zij vaak niet goed bij te stellen, mede onder invloed van het snelle en bepalende effect van social media. Wordt vervolgd.

Uit de krant