Afbeelding

Rouw (3)

Column Gijs van der Zalm

Meer dan dat het een emotie is, zoals er in de vorige column onhandig stond, verwijst rouw vooral naar een langer durend proces, met zelfs zeer uiteenlopende en ook tegenstrijdige gevoe-lens, dat moeten leiden tot het aanvaarden en als bagage meenemen van een meer of minder groot verlies, en dit niet alleen maar door de dood. Want onze levensloop is er één waarbij regelmatig iets moet worden ingeleverd, hetzij door de tijd ingehaald (zicht, spierkracht, geheu-gen, enz.) hetzij door omstandigheden ons ontnomen (na een ongeluk, een scheiding, een verhuizing, enz.).

Dit betekent dat een rouwproces ook altijd en onvermijdelijk een hoogst persoonlijk proces is, dat zich niet laat voorschrijven. Zeker, zo’n proces kent een aantal fasen, die men doorgaans wel langs ziet komen en waarbij het goed is om ervoor te zorgen dat iemand niet ‘blijft hangen’ in zo’n fase. Zou dat wél gebeuren, dan groeit het risico van wat ook wel ‘gestagneerde rouw’ wordt genoemd, met soms heel vervelende klachten van dien. 

Een heel apart verschijnsel in zo’n rouwproces, dat overigens niet iedereen zal herkennen, is de kans dat iemand, langer doch normaal rouwend om een groot verlies, zich aan dat proces van rouw, de sfeer ervan en de gevoelens daaromheen is gaan hechten. Bedenk hierbij dat gevoelens van gemis en verdriet en ook over dat proces wel eens als ‘goed’ of ‘vertrouwd’ kunnen worden beleefd, ze kunnen vervullen, ze kunnen doen hechten. En dan kan het lastig worden om de laatste stap in dat rouwproces, het echt loslaten van de rouwperiode, toch te zetten. Het is dan net een beetje alsof deze laatste stap ook betekent dat je de overledene echt loslaat, en dat kan weer ongemakkelijk voelen, als een lichte vorm van ontrouw. ‘Het kan toch niet zo zijn dat ik zomaar verder leef zonder hem of haar’. Nee, maar dat is ook niet zo, want het leven van iemand die rouwt om een groot verlies, gaat sowieso verder. Wat wel blijft en mee gaat zijn herinne-ringen, al dan niet symbolisch gevoed door stoffelijke zaken zoals een ring, een stuk kleding, een bepaald boek, of iets dergelijks. Maar ook voor deze belangrijke zaken geldt dat ze kunnen gaan dienen als een ‘linking object’ met de overledene, waardoor die laatste stap niet kan wor-den gezet. Het gaat er hier niet om of dat ‘goed’ of ‘fout’ is. Waar het wel om gaat is dat deze vorm van ‘verbonden blijven’ heel veel energie vraagt en ook neemt, en dat deze energie vooral ten koste kan gaan van degene die verder wil met zijn of haar leven, zonder de overledene. Als conflict heel lastig: én willen vasthouden én moeten loslaten. Een geduldige en accepterende houding van de omgeving, zoals in de vorige column geschetst, is hierbij van groot belang. En het is geen schande om bij zo’n proces, met alle hobbels en vaak heftige emoties, mocht dit wenselijk zijn hulp te zoeken. Integendeel. 

Gijs van der Zalm ©

Uit de krant