Afbeelding

Rouw (2)

Column Gijs van der Zalm

Rouw is dus een ingewikkelde emotie, die tijd verdient om haar loop te krijgen (zie de vorige column). En deze emotie komt niet alleen voor bij de ‘nabestaande’, na het verlies van iemand of iets dierbaars, maar speelt evenzeer bij een (voort)levend iemand die een bepaald verlies moet incasseren en dan verder moet met zijn of haar leven. Voor nabestaanden zal het verlies van een dierbare niet zomaar voorbijgaan of vanzelfsprekend zijn, ook al was een bepaald ver-lies (bijvoorbeeld bij een dodelijke ziekte) te voorzien.

In dit geval spreekt men van anticipa-toire rouw, op voorhand rouwen om wat gaat komen, wat ook wel eens wordt omschreven als ‘een beetje meereizen en dan los moeten laten’. Maar is het verlies eenmaal dáár, dan wacht de nabestaande een aantal door elkaar lopende en vaak ook tegenstrijdige gevoelens: verbijstering,  ongeloof of zelfs ontkenning (‘het kan niet waar zijn’), verdriet (want o.a. gemis), woede, ver-driet, ontkenning en meer. Een heftige tijd, bijna altijd. De duur van deze heftigheid kan echter weer verschillen van persoon tot persoon. Veel zal hierbij afhangen van de mate waarin een nabestaande een om haar of hem heen staande ‘bedding’ heeft, waarmee contact mogelijk is en op wie men zo nodig kan terugvallen. 

Een deel van de verwerking van een groot verlies verloopt nu eenmaal langs de weg van het herhaaldelijk vertellen en spreken over het verlies en de verlorene en alles wat daarmee in verband kan worden gebracht. En daarvoor is een luisterend oor van groot belang. Dit kan zelfs zo ver gaan dat zo’n ‘luisterend oor’ er een beetje moe van wordt en dit kan er weer toe leiden dat de rouwende zich (‘oh, jee, daar kom ik weer met mijn verhaal’) ongemakkelijk gaat voelen en er het zwijgen toe gaat doen. Allemaal niet wenselijk, en dus is het voor de directe omgeving van een rouwende zaak om aandacht te blijven opbren-gen voor die herhaalde appels, en daarbij bijtijds grenzen aan te geven als dit teveel wordt. In het belang van alle betrokkenen.

Wat, naast veel herhaald vertellen en praten, de rouw ook ‘vloeibaar‘ houdt is eerder gemaakte gezamenlijke sporen nalopen, oude foto’s bekijken, brieven herlezen, naar plaatsen gaan waar goede (en wellicht ook pijnlijke) herinneringen aan kleven, kortom, juist de confrontatie met die oude geschiedenis aan te gaan in plaats van deze te vermijden. Moeilijk en vaak pijnlijk, maar wel bevorderlijk voor het rouwproces. Hierbij past ook het niet al te snel verhuizen, weg van de plek waar het verlies en veel verdriet langs kwamen. Juist op die oude plek de rouw plaats laten krijgen, hoe moeilijk ook, is beter dan je uit de voeten maken voor ongemakkelijke gevoelens. Verhuizen, soms zelfs emigreren, je neemt jezelf altijd mee. ‘The job must be done’ zoals eerder aangegeven. 

Meer over rouw in de volgende column.

Uit de krant