Afbeelding

Stress tenslotte (4)

Column Gijs van der Zalm

In deze laatste column over ‘stress’ speelt de vraag wat aan het gevolg van al te veel ongezonde stress kan worden gedaan (ja, ‘gezonde stress’ bestaat ook en heeft zelfs een aantal voordelen).

Voorop gesteld: voorkomen is altijd beter dan genezen. Wat kunnen we zelf doen? Omdat op-branden en uitputting (burning-out) er gewoon insluipen, allereerst en nogmaals: (1) leren luis-teren naar de signalen van je lijf, als deze niet te maken hebben met gewone alledaagse emoties (‘gezonde stress’). Dat leren luisteren lijkt makkelijker dan het is. Dus is het ook niet toevallig dat veel mensen, gegeven het overstelpende prikkelaanbod van onze moderne tijd, zoeken naar middelen om hun aandacht en concentratie te vergroten, wat vaak neerkomt op het verkleinen van hun gevoeligheid voor (te veel) prikkels. Vormen van meditatie, mindfulness, volle kloos-ters waar het stil is, zelfhulpboeken, eventueel een ‘bosbad’ en nog veel meer vinden gretig aftrek. Dus het (2) doseren van het prikkelaanbod is een tweede stap, waarbij de vraag helpt: welke prikkels heb ik écht nodig? Heel veel prikkels zouden we kunnen missen, maar zij vor-men wel onderdeel van onze afhankelijkheid daarvan (lees: verslaving daaraan). Dus (3) naden-ken over die afhankelijkheid en er maatregelen bij nemen. Een (4) bewuster manier van plannen helpt ook, vooraf in kaart brengen (anticiperen) wat je te doen staat en hoe je dat wilt gaan doen. Waarom in de file als je ook later kunt reizen? Waarom in de stad wonen als je deze niet echt nodig hebt? We weten bijvoorbeeld dat in een stad wonen ongezonder is. Waarom een weekend volproppen met afspraken (drie avonden drukte), als dat je eigenlijk teveel is? Dan (5) meer zicht op jezelf, dus op je mogelijkheden (én je beperkingen) en je behoeften, weg van influ-encers of ophakkende buren, die je van alles wijs maken (omdat ze dat zelf kunnen of zouden willen kunnen). Waarom over-ambitieus zijn en over je grenzen heen gaan? Goed kijken en uitzoeken wat bij je past! Het woord ‘challenge’ is eerder een valkuil dan een opsteker. Je dus niet gek laten maken! Niet zelden spelen ook (6) persoonlijkheidsfactoren een rol: wie erg hui-verig is voor andermans oordeel, zal gauw gaan ‘pleasen’ en dat kost onnodige energie. En wie snel het gevoel heeft dat hij of zij wordt overvleugeld, zal ook snel geïrriteerd zijn en in een verzetsmodus schieten. Wie denkt dat hij of zij een goede leidinggevende is, brengt, als dat niet het geval is, veel energie weg (want altijd bang om ‘door de mand te vallen’) en heeft bijna voortdurend stress in het lijf. Enige zelfkennis, en die komt niet vanzelf, verkleint dus ook de kans op burning-out.

Als het dan niet goed lukt om langs bovenstaande paden zelf het stuur in je leven beter in handen te krijgen, is het geen schande om er een steuntje in de rug bij te zoeken. Kennis uit boeken (bibliotherapie), lotgenoten treffen of professionele hulp zoeken liggen dan voor de hand. Uit-stel is daarbij onverstandig, want van ‘flink gaar’ of ‘aan het eind van je Latijn zijn’ herstel je niet zomaar, ook niet na een weekendje niks doen.

Gijs van der Zalm ©


Toelichting bij de vier columns over ‘stress’.

In de laatste vier columns over stress heb ik met slechts enkele pennenstreken (er werden kasten over vol geschreven) willen weergeven wat er kan spelen rond en bij stress, en wat er zoal van kan komen als ons lichaam voor langere duur aan stressbronnen wordt bloot gesteld: uitputting of zelfs een burn(t)-out, dus opgebrand zijn.

Een eenvoudige druk op de knop laat al zien dat een waaier aan klachten zich kan voordoen:

  • Lichamelijke en geestelijke oververmoeidheid
  • Lichamelijke klachten, zoals hartkloppingen, hoofdpijn, maagklachten etc.
  • Concentratieproblemen
  • Vergeetachtigheid
  • Somber, depressief of angstig voelen
  • Prikkelbaarheid / emotioneel reageren
  • Machteloosheid
  • Veel fouten maken
  • Sociale contacten vermijden (bijv. collega’s of klanten)
  • Veel minder of geen plezier of interesse in het werk hebben
  • Klagen, cynisme en verbittering, en nog meer.

Dit betekent dat veel mensen zich om één of andere klacht (zoals bijvoorbeeld hierboven ge-noemd) zorgen gaan maken en waarvoor ze dan een medisch oordeel (van de huisarts) gaan vragen. Maar deze kan het geheel of de context van de klachten moeilijk overzien, want dit soort klachten kan zich ook voordoen ihkv éénmalige ingrijpende gebeurtenissen in ons leven. Pas de langere duur van dergelijke klachten zou bij de drager ervan een lichtje moeten doen gaan branden, en dus is het nuttig en verstandig om dan ook de huisarts daarvan in kennis te stellen. Erger voorkomen blijft de voorkeur verdienen.

De columns samenvattend: het verschil tussen ‘gezonde’ en ‘ongezonde stress’ en hoe deze laatste kan uitlopen op erger schade, het leren benoemen van ‘gewone’ gevoelens (want dat is geen ongezonde stress, ook al brengen zij van alles in ons lichaam teweeg), de druk die uitgaat van de moderne tijd en de moeite die het kost om daaraan weerstand te bieden, met dan in de laatste column, over voorkómen en aanpak, een vingerwijzing naar waar het draaipunt van een aanpak zou moeten liggen: bij onszelf. Het is bij wijze van spreken een beetje ‘of zelf rijden’ of ‘jezelf door je omgeving, de tijdgeest, de waan van de dag de sloot in laten rijden’.

Lees bijvoorbeeld voor een ooggetuigenverslag “Jong en opgebrand” van Bram de Brabander (2019) en voor meer wetenschappelijke achtergrond “Het stressbeeld” van mevrouw van der Feltz-Cornelis (2015). En voor wie wil is het internet een onuitputtelijke bron: zelf lezen of uitgelegd krijgen over stress en uitputting, wetenschappelijke artikelen, boeken, tests, enz.

Gijs van der Zalm

Uit de krant