Afbeelding

Stress en meer

Column Gijs van der Zalm

Wie ervoor open staat, zal merken dat het woord ‘stress’ inmiddels van alledag is en ook dat het te pas en te onpas wordt toegepast. Nu zijn er inderdaad altijd wel zaken in ons gewone leven, die in ons lijf allerlei reacties teweeg kunnen brengen, die ons dus kunnen opwinden, die ons bewustzijn kunnen beïnvloeden, of die ons harder kunnen doen lopen, maar of dat allemaal ‘stress’ moet worden genoemd? Opwinding (bv. bij verliefdheid), een beetje faalangst (‘zal ik slagen?’), een feestgevoel (want ‘ik ben geslaagd’), spanning voor iets nieuws, enz., allemaal emotionele varianten van positieve ‘stress’, die we ook goed kunnen gebruiken en die ons op de langere duur ook niet zomaar kunnen uitputten. 

Bij ‘negatieve stress’ gaat het om iets anders. Lang geleden alweer, in 1936, was Hans Seleye de man, Oostenrijks arts en wetenschapper, die voor het eerst een medisch klachtenbeeld beschreef, dat later is uitgegroeid tot wat nu het stresssyndroom heet. Hij noemde dat toen nog het ‘algemeen aanpassingssyndroom’, met drie te onderscheiden fasen: 

1. de alarmfase, die ingaat zo gauw als er zich in onze gewone levenssituatie een schrikbarende of bedreigende situatie voordoet. Deze leidt er dan toe dat ons lichaam op allerlei manieren, o.a. met hormonen, paraat wordt gemaakt om zich te verdedigen of zelfs om te overleven. De evolutie, dus miljoenen jaren van ontwikkeling, heeft dit zo voor ons in elkaar gezet en dat doet gewoon zijn werk, zonder dat we er iets voor moeten doen. Prachtig. Maar zo’n fase van alertheid en aangescherpt reactievermogen (vooral met behulp van het hormoon cortisol) houdt het lichaam niet vol en kan dus niet te lang duren, zeg slechts enkele uren maar geen maanden. Gebeurt dit wel, dan komt het lichaam in een volgende fase: 

2. de weerstandsfase, die ervoor zorgt dat het lichaam zo goed mogelijk weerstand biedt en blijft bieden aan de blijvende stressfactoren. Dit is dus eigenlijk een aanpassing van het lichaam aan voortdurende ongezonde stress. Dit kan gepaard gaan met het gevoel bij ons dat we weer in balans zijn, maar niets is minder waar. Zo’n langer durende ‘staat van paraatheid’ eist lichamelijk zijn tol, en die is ook goed meetbaar. Schade daardoor kan dan dus ook niet uitblijven. 

En blijft deze situatie van kracht, dan komt het lichaam in de derde, zogenaamde (3.) uitputtingsfase. Waar er in de tweede fase al allerlei klachten waren, worden deze in de derde fase alleen maar erger en komen er ook nieuwe klachten bij. 

Zie meer over dit onderwerp op ‘grootvoorschoten.nl/gijs’. Daar staan ook alle andere columns.

Gijs van der Zalm ©

Uit de krant