Afbeelding

Angsten en andere ongemakken bij het op reis zijn

Column Gijs van der Zalm

Op reis gaan kan bij veel mensen het nodige teweeg brengen. Hierover schreef ik in de vorige column. Maar hoe kan het ons vergaan als we eenmaal op reis zijn?

Weg zijn van huis en haard is lang niet altijd even plezierig. Immers, we lieten het vertrouwde, het bekende en het min of meer voorspelbare achter ons om naar een minder of onbekende bestemming te gaan. Niet ongebruikelijk is het dat mensen, als zij reizen met een auto, hun eigen kussen meenemen. Daarnaast kan onrust of een ongemakkelijk gevoel ook enigszins worden ingedamd door niet alleen dat kussen, maar ook allerlei andere zaken van thuis mee te nemen, zodat de vertrouwdheid een beetje overeind blijft: ‘op een vreemde plek en toch een beetje thuis’.

Het gaat hier eigenlijk over ongemakkelijke en soms ook spannende gevoelens bij het ‘op reis zijn’. Hierbij lijkt het goed om u over nieuwsgierigheid en onrust, ‘de zenuwen’, even minder goed slapen, iets minder eten, enz. niet al te veel zorgen te maken. Normale verschijnselen, die de vreugde ook heel goed kunnen vergroten, precies wat ook afleiding van de thuisgewoonten kan helpen vergroten.

Nemen, eenmaal op uw bestemming, voor u bekende angstgevoelens u toch flink in beslag, dan is het verstandig om zelf een paar maatregelen te nemen. 1. Gebruikt u medicatie, verander daar dan niets aan, dus blijf dat dan doen. 2. Wat ook helpt is om voor uzelf een vorm van dag-structuur te maken. De dag heeft een ochtend, een middag, en een avond (en daarna ook nog een nacht). 3. In elk dagdeel iets plannen, neerzetten, doen, uitvoeren wat u tevoren hebt bedacht geeft een vooruitzicht aan die dag, maakt uw gemoed rustiger, doet piekeren verminderen, en brengt vaak ook een betere slaap. 4. Bij zo’n structuur is er vaak ook een vorm van regelmaat. Deze wordt zichtbaar in de vaste stappen van een dag, zoals 3 x eten, minstens één langere (1 uur) activiteit, sociaal contact waardoor piekeren even minder kan worden. 5. Bent u gewend om alcohol te gebruiken, maak dat gebruik dan zeker niet groter. Bent u geen gebruiker van alcohol, blijf er dan verder ook vanaf. 6. Als u hebt geleerd om met vormen van ontspanning enige rust te brengen, blijf dat dan doen, maar gedoseerd. En waar angsten u tot een vorm van vermijdingsgedrag aanzetten, is het in het algemeen beter om de enge of gevreesde situaties juist op te zoeken, uzelf eraan bloot te stellen, in plaats van deze uit de weg te gaan. Als het bovenstaande uzelf betreft, goeie reis.

Gijs van der Zalm

Toelichting bij column 17.24 (over angsten en andere ongemakken bij het op reis zijn)

Op reis gaan is één, op reis zíjn, een reis maken, is iets anders. En het is ook iets wat niet iedereen aangenaam vindt, ook al wordt u voortdurend wijs gemaakt dat op vakantie zijn u de hele dag helemaal gelukkig maakt. Vergeet het maar.

Maar als dan toch de reis wordt ondernomen, kan dat mensen zeer uiteenlopende ongemakken of zelfs angsten bezorgen. Deze laatsten worden, als ze er al eerder waren, meestal erger. Maar is de voorbereiding goed verlopen, dan geeft dat enige rust: alle spullen gepakt, huis goed achtergelaten, familie (en buren) geïnformeerd, en meer. En gaat u alleen op vakantie, dan komen daar andere ‘zorgen’ bij kijken dan wanneer u met meer reisgenoten gaat. Het reizen met meerderen is overigens niet alleen maar ‘gezellig’: het betekent dat u ook te maken kunt krijgen met eventuele stress en spanning van hun kant. Deze kan van medische aard zijn, maar ook in de gedragssfeer kan het lastig zijn een trip te ondernemen. Ergernis kan op de loer liggen. En gaat u bijvoorbeeld met een vliegtuig, dan doen zich vaak weer andere kwesties voor, die ongemak kunnen brengen: de tijdsdruk, een onjuist ticket, vertraging, enz. Reist u met de auto, dan biedt dat de mogelijkheid om meer spullen van thuis mee te nemen zodat u zich minder ’verlaten’ of ‘weg van thuis’ voelt. Dit kan gevoelens van angst (helpen) temperen. In het algemeen zijn mensen op vakantie ‘wiebeliger’, sneller geïrriteerd, minder geconcentreerd en meer.

Een bijzonder aandachtspunt bij op reis gaan en een vakantie ‘met elkaar’ doet zich voor wanneer het gaat om een samengesteld gezin: kinderen uit twee gezinnen, omdat vader of moeder een andere partner hebben, ieder met eigen kind(eren). Vuistregel hierbij is: doe dit niet in de eerste maanden van de ‘relatieverkenning’. Voor kinderen is ‘inpakken en wegwezen’ in dit soort omstandigheden niet waar zij op zitten te wachten. Doet u dit wel (‘is toch gezellig’), dan is de kans groot dat u een zorgelijke en lastige vakantie zult hebben, en dat is dan niet de schuld van de ‘ongezellige kinderen’. Kinderen hebben nu eenmaal een diep gevoelde loyaliteit naar hun ouders en daarbij past meestal niet zomaar meteen een andere partner (voor vader of moeder). Ze willen tijd hebben om de kat uit de boom te kijken, om te zien hoe ‘betrouwbaar’ en ‘lief’ die andere partner is (deze is ook nooit een ‘tweede moeder of vader’) en ze willen tijd om zich aan de veranderde situatie aan te passen. Veel hangt hierbij af van de wijze waarop gescheiden ouders het belang van hun kinderen met elkaar als ouders hebben afgestemd. Vaak lastig, want de echtelijke ex-en blijven ex-en, maar de ouders blijven nu eenmaal wél de ouders. Komt een dergelijke afstemming niet of volstrekt onvoldoende tot stand, dan is het wachten op moeilijkheden (van bedplassen tot anorexia nervosa). En ook een vakantie kan hierbij bron van veel ellende zijn.

Is iets van het hierboven gestelde bij u aan de orde, neem vooral de tijd en druk niets door, tenzij u van een boemerang-effect houdt.

Uit de krant