Afbeelding

Het eilandgevoel en meer

Column Gijs van der Zalm

Het is aannemelijk dat velen van u, lezers, weleens het land hebben verlaten over het water. En wat velen daarbij dan, al dan niet bewust, zullen hebben ervaren is dat, anders dan over de snelweg België inrijden om in Frankrijk te komen, het wegvaren van de wal ook echt kan voelen als het loslaten van het land. Je ziet met je eigen ogen vanaf de achterplecht de kade, de kust en soms zelfs kantoor- of kerktorens in de verte langzaam kleiner worden en tegelijkertijd de immense waterpartij waar je doorheen vaart groter.

En eenmaal op dat water schiet het mensen nog wel eens, soms ook met een lichte schrik, door het hoofd dat ‘de vaste grond onder de voeten’ is verdwenen en dat een boot kan zinken. Zeker. Afhankelijk van het weer deint het vaartuig ook mee op de golven, met als gevolg een ‘dronkenmansloop’, wiebelig makend en, als het weer heftiger is, voor sommige mensen zelfs het begin van een vorm van zeeziekte (wat veel te maken heeft met ons evenwichtsorgaan). 

Toch beleven veel mensen aan deze vorm van ‘het land verlaten’ ook een gevoel van opluchting, verruiming, en inspiratie: weg van benauwdheid, een eindeloze verte zonder horizon (als het de open zee betreft), wind in onze haren, en soms ook weemoed om wie en wat achter bleef. Maar misschien geeft het licht-huiverige gevoel van wegvaren, het land en dierbaren achter ons latend, sommigen ook reden om de juist ongemakkelijke kant van dit gevoel een beetje weg te werken, wat zou kunnen verklaren waarom al vanaf het eerste moment de bar en het buffet lange rijen van drinkers en eters te zien geven. Het is een bekend gegeven dat wij de neiging hebben om ongemakkelijke gevoelens via onze mond weg te werken, wat dan betekent dat drinken, eten, roken onze snelle voorkeur hebben. Onze mond heeft dus een belangrijke functie in het hanteerbaar maken van lastige gevoelens.

Er doen zich rond het reizen en het zich verplaatsen ook allerlei andere verschijnselen voor, waarover meer in een volgende column.

Gijs van der Zalm ©

Uit de krant