Afbeelding

Reisangsten

Column Gijs van der Zalm

In de vorige column werd aandacht besteed aan de meer vreedzame en veilige manier van ver-trekken per boot, en dat dit, hoe vreedzaam ook, niettemin mensen wel wat kriebels kan geven. Die tekst eindigde met een verwijzing naar allerlei vormen van angst die mensen kunnen verhinderen om een beetje onbezorgd voor enkele weken huis en haard en zelfs hun land achter zich te laten. Dat ging dus over vakantie of een uitje. En ja, daarbij doen zich soms heel vervelende gevoelens voor, wat weer betekent dat ‘vakantie’ voor veel mensen niet zomaar een lolletje is. Als u denkt dat ik overdrijf, dan vergist u zich.

Om het hier bij die plezierreizen te houden (over de wel wat lastiger angsten van bootvluchtelingen een andere keer): rond dit soort reizen kunnen zich toch ook allerlei hinderlijke angsten voordoen, zo genaamde reisangsten: weggaan van huis, familie, en onze bekende omgeving is een eerste angst, die veel mensen in meer of mindere mate zullen herkennen. Dan het zich verplaatsen van A naar B: hierbij kan een snelweg- of een tunnelangst fors roet in het eten gooien. Eenmaal toch verder gekomen, wacht ons, als we niet reizen per auto, een vliegved of een haven voor afvaart. Daar zijn vaak massa’s mensen, waar niet iedereen blij van wordt: angst voor een menigte of een lange rij. In het vliegtuig gezeten, worden mensen vaak onrustig en uitgelaten of juist stil, en bij het ‘loskomen’ zou menig stoelleuning het hebben kunnen uitschreeuwen, omdat er zo hard in geknepen wordt. Vliegangst. Deze angst heeft in de loop van de tijd ruim aandacht gekregen van psychologen en menig reiziger heeft het na een aanpak hiervan wat beter gehad in die vliegende kist, die uiteindelijk wel zijn bestemming bereikt. De bekende zucht van opluchting na de landing zal menig reiziger (bij hem- of haarzelf en anders bij de buurman of -vrouw) niet zijn ontgaan. Veilig en heelhuids over. En zie de vorige column voor wat betreft het wegvaren van het vaste land.

Maar ook een andere omgeving, hoe aanlokkelijk ook, kan mensen huiverig of angstig maken: onbekend terrein, zomaar de weg kwijt, een andere taal, ander eten, noem maar op. Een manier om dergelijk ongemak in te dammen is om vast te houden aan gebruiken van thuis of, wat vaak gebeurt, meer alcohol te gebruiken. En ook Google helpt ons verder. Wat nu te doen als dit soort angsten erger zijn en ons bij het reizen belemmeren?

Gijs van der Zalm

Toelichting bij column 16.24 (over reisangsten)

‘Reisangsten’ is een verzamelterm voor allerlei vormen van angst, die zich kan voordoen bij 

  • het op reis gaan, 
  • het reizen zelf en 
  • het op reis zijn, weg van huis.. 

Het is ook goed om hierbij een onderscheid te maken tussen voor de betrokkene 

  • hanteerbare angsten en 
  • niet-hanteerbare angsten.

Om hier eerst eens bij de gewoon hanteerbare angsten te blijven, als we van plan zij om op reis te gaan: veel mensen zullen gevoelens van huiver, nervositeit of zelfs lichte angst wel herkennen, wanneer ze een reisidee of -plan hebben. Hier komt namelijk veel bij kijken: het werk, de financiën, verzekeringen, boekingen, het gezelschap, en meer. Al deze factoren kunnen mensen een gevoel van spanning of stress geven, waardoor ze soms minder goed slapen, dingen vergeten, geprikkeld zijn, enz. Maar dit zijn gewoon tekenen van nervositeit en dus geen angsten. En in het algemeen weten we wel hiermee om te gaan, omdat mensen zijn uitgerust met allerlei aanpas-singsmogelijkheden. Eigenlijk is een gevoel van nervositeit wel een gezond teken: ons lichaam reageert namelijk zowel fysiek als mentaal op (komende) veranderingen. Dit zouden we zo moe-ten houden, ook al denken mensen soms dat ze hiervoor een pilletje wel kunnen gebruiken. Allemaal hanteerbaar zonder pillen.

Dit laatste, pillen, kan wel nodig zijn als mensen echt last hebben van meer heftige, niet- hanteer-bare angst, in welke vorm dan ook, en dus juist ook zo gauw er een reis wacht. Hier gaat het dan om angsten die het gewone leven van mensen (al langere tijd) danig verstoren of zelfs bijna onmogelijk maken. Het vooruitzicht van reizen jaagt dan die bestaande angstgevoelens vaak sterk aan. Wie bijvoorbeeld last heeft van ‘straatvrees’ wil niets weten van een reisje in het vooruitzicht. En wie een paniekgevoel (had en nog steeds) heeft bij een snelweg, een tunnel, een menigte, een boot of een vliegtuig, blijft liever thuis. Voor de omgeving is dit vaak niet goed zichtbaar (tenzij men weet van andermans angst). Enerzijds is de schaamte bij wie angst (of een fobie) heeft, groot (want ‘ik ben de ander tot last’, of ‘ik ben een volwassen man/vrouw en die is niet bang’, enz.) en dus probeert diegene die angst zoveel mogelijk te verbergen (een gebroken been kun je goed, want in het gips zien). Anderzijds wil de omgeving vanwege de hinder die men er aan kan onder-vinden, niet zo gauw tegemoet komen aan die angstgevoelens van de ander. ‘Kop op, beetje doorpakken’. Voor wie zo’n angst heel bepalend en belemmerend is in zijn of haar leven, los van reisplannen,  is het verstandig om daarvoor hulp te zoeken, want er zijn allerlei mogelijkheden om dat soort angsten te verminderen of eventueel weg te krijgen. 

Tot zover over ‘angst’ bij (1) het op reis gaan. 

Uit de krant