Afbeelding

Over hernieuwde noodzaak voor de kunst van het compromis en begrip voor elkaar

Politiek

Door Bart van Horck

In mijn werk mag ik eens in de zoveel tijd naar het buitenland toe gaan. Ik mag dan een training geven aan jonge politici. Elke keer open ik eigenlijk altijd hetzelfde: “Weet u dat Nederland in theorie nooit had kunnen bestaan?” Je ziet de aanwezigen vanuit Georgië tot Tunesië dan schrikken: waarom niet? Ik leg ze dan altijd uit dat Nederland altijd sterk verzuild was. Alles was gescheiden geregeld: van ziekenhuis tot sportvereniging, van media tot politieke partij.

De enige reden dat we er samen uit kwamen, kwam door een politieke leiding die wist dat geen van de ander de meerderheid zou krijgen. Compromis sluiten hoorde er hoe dan ook bij. Dat besef zorgde voor een compromiscultuur die tot ondenkbare besluiten leidde. Van Deltawerken tot grote sociale akkoorden in de jaren 80. Steeds wist het compromis tot resultaat te leiden. Iedereen wist: er moet vanuit mijn plek water bij de wijn. Het was de kunst van het compromis die begon met begrip voor de ander. Wie op sociale media of in de krant kijkt, komt snel tot de conclusie dat we die kunst verloren zijn.
Afgelopen weekend had ik een aardig gesprek met iemand. Het was op de Schoolstraat waar ik in gesprek was met mensen op straat. Er kwam iemand bij staan met een stellig standpunt over corona. Hij stelde zich voor als iemand die “ze eigenlijk een échte wappie noemen”. Het was een interessant gesprek waar ik nog behoorlijk wat momenten aan heb teruggedacht.

Hij benadrukte dat hij álle coronadebatten volgde. Vooral de debatten van Hugo de Jonge volgde hij nauwgezet. “Hij heeft de jeugd laten stikken en de ondernemers voorop.” Mijn gesprekspartner was ondernemer en vertelde me dat corona voor hem diepe sporen na heeft gelaten. “En dat allemaal voor iets dat tot niet meer doden leidde dan een griepje.” Hij vertelde me over zijn zware tijd als ondernemer en hoe hij zich in de steek voelde gelaten door de overheid. Het was de aftrap van iets dat een geanimeerd gesprek leek te worden. Mijn gesprekspartner keek me uitdagend aan, wachtend op een polariserende anti-reactie op corona. Hij leek te verwachten dat ik voluit tegen de wappies zou ingaan.

Dat was niet geheel onterecht, want ik kijk zelf anders naar dat onderwerp. Ik vertelde hem dat ik inderdaad iets anders in de wedstrijd stond, maar niet zonder reden. Ik vertelde hem dat ik helaas een andere ervaring had met corona, omdat bij de eerste golf (begin 2020) allebei mijn ouders op de intensive care terecht kwamen. Ik legde hem uit hoe mijn vader na drie weken overleed, mijn moeder na een coma weer wakker werd en hoe pijnlijk een begrafenis was in coronatijd. Ik vertelde hem over hoe moeilijk de tijd voor mijn omgeving was. Over hoe moeilijk ik het vond om dichtbij mensen te komen uit angst voor een virus dat het leven van dierbaren had gekost en waar geen geneesmiddel voor was.
Mijn gesprekspartner schrok ervan. Hij zag dat ik er vanuit ervaring anders in stond en niet zo’n beetje ook. Maar ik vertelde hem ook: “Volgens mij delen wij iets”. Allebei hadden we slechte herinneringen aan die tijd. Waar hij als ondernemer met pijnlijke gevolgen kreeg te maken, kreeg ik op een totaal andere manier te maken met de gevolgen. Ik zei dat we het niet eens hoefden te worden met elkaar, maar dat we wel elkaar konden begrijpen dat het voor ons allebei zwaar was.

En daar ontstond iets moois: een opening. Hij gaf aan dat hij nog steeds tegen alle maatregelen was, maar vond mijn ervaring wel naar om te horen. Omgekeerd wilde ik van hem weten hoe zijn tijd was. Het was een gesprek van twee tegenovergestelde ervaringen en een eerste stap naar begrip voor elkaar. Er ontstond een opening voor begrip.

Ik moest aan dat gesprek veel terugdenken. Zijn we die kunst van het compromis de afgelopen tijd niet te zeer vergeten? Als ik soms lees hoe mensen ook in Voorschoten soms tegen elkaar staan, denk je van wel. Onbegrip in Adegeest, of het nu knippen zijn of riolen, de situatie in Vlietwijk of bijvoorbeeld de opvang van statushouders. Steeds lijkt het alsof ook hier in Voorschoten mensen tegenover elkaar staan en niet tot elkaar willen komen. Commentaren op sociale media op lokale nieuwsberichten liegen er niet om. Hebben we nog begrip voor de ánder of verdrinken we liever in eigen gelijk? Wie terugkijkt naar onze geschiedenis, weet dat Nederland in theorie nooit kon bestaan. Alleen doordat we begrepen dat er compromissen moest worden gesloten, kwamen we tot elkaar. In dat gesprek leken we elkaar iets meer te zijn gaan begrijpen. Misschien moeten we meer van dat soort gesprekken in Voorschoten voeren.

Uit de krant